De mantelzorgwoning

De mantelzorgwoning

Steeds meer ouderen kiezen ervoor om door hun kinderen (of andere bekenden) verzorgd te worden, in plaats van te worden opgenomen in een verzorgings- of verpleeginstelling. Daarvoor zijn verschillende redenen.

Allereerst zijn de vereisten om in een dergelijke instelling te worden opgenomen strenger geworden. Daarnaast is per 1 januari 2013 de rekenmethode voor het bepalen van de eigen bijdrage gewijzigd. Het eigen vermogen dat een oudere heeft, telt zwaarder mee bij het berekenen van de maandelijks verschuldigde bijdrage, welke bijdrage inmiddels kan oplopen tot ruim € 2.300,00 per maand.

Het verlenen van mantelzorg wordt, zoals gesteld, steeds populairder. Maar kun je zomaar je ouders in huis nemen of in een chalet op het erf onderbrengen? Er zijn verschillende aspecten waarmee rekening moet worden gehouden. Hieronder volgt een opsomming van enkele aandachtspunten die van belang zijn.

Allereerst moet natuurlijk worden gekeken naar de huisvesting zelf. Gedacht kan worden aan het ombouwen van een bestaand gedeelte van het huis, aan het plaatsen van een aanbouw of het realiseren van een bijgebouw.  De mantelzorgwoning is qua regelgeving gelijkgesteld aan andere bijbehorende gebouwen, zoals een garage of tuinhuis. Als de mantelzorgwoning voldoet aan de regels voor een dergelijke bij- of aanbouw, is er geen omgevingsvergunning (voorheen bouwvergunning) vereist.

Wel moet worden voldaan aan de regelgeving van de betreffende gemeente voor bijbehorende bouwwerken en aan de vereisten van het Bouwbesluit 2012. Aan te raden is om dit vooraf goed te overleggen met de aannemer en de gemeente.

Ook van belang is dat veel gemeenten om vergunningvrij te kunnen bouwen een verklaring vragen waarin vermeld staat dat de mantelzorg nodig is, bijvoorbeeld een verklaring van de huisarts. Ook moet soms kunnen worden aangetoond dat er minimaal een bepaald aantal uren per week zorg wordt verleend.

Behalve de woning zelf zijn er nog tal van andere aspecten waar rekening mee gehouden dient te worden, te beginnen met de gevolgen voor de hypotheek van de kinderen.

Zo dient er, als er een hypotheek op het huis gevestigd is, toestemming aan de bank te worden gevraagd om de ouders op hetzelfde erf te laten wonen. Gebeurt dat niet, dan is de lening opeisbaar en kan de bank in het ergste geval overgaan tot executieverkoop van de woning.

Verder dient er rekening mee te worden gehouden dat de betaalde hypotheekrente voor een gedeelte niet aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting. Het gedeelte van het erf waarop de mantelzorgwoning zich bevindt, kwalificeert namelijk niet als eigen woning van de kinderen..

Met betrekking tot de onroerende zaakbelasting geldt er een vrijstelling. Mantelzorgwoningen tellen niet mee voor de hoogte van de WOZ-waarde. Het is wel van belang in de gaten te houden of de gemeente de vrijstelling toepast en dit anders te melden bij de gemeente. Een gevolg daarvan kan echter weer zijn dat de gemeente concludeert dat er sprake is van twee huishoudens, waardoor bepaalde lasten dubbel kunnen worden opgelegd, bijvoorbeeld de rioolheffing.

Een volgend aandachtspunt is wat er met de woning gebeurt als de ouders komen te overlijden.

Ingeval de mantelzorgwoning juridisch als een onroerende zaak kwalificeert, dan is deze woning automatisch eigendom geworden van de kinderen, ongeacht of de ouders de woning bekostigd en geplaatst hebben. Wordt de woning als roerend aangemerkt dan is deze eigendom van de ouders gebleven en vererft de woning bij hun overlijden door naar hun erfgenamen. In veel gevallen is het niet vooraf vast te stellen of de woning roerend of onroerend is en blijft het dus onduidelijk wat de gevolgen van overlijden van de ouders zullen zijn.

Een ander vraagstuk ingeval van overlijden van de ouders is wie op dat moment de sloopkosten gaat betalen. Volgens de regelgeving dient een mantelzorgwoning op het moment van overlijden van de zorgbehoevenden namelijk te worden afgebroken, danwel te worden ontdaan van keuken en badkamer. Het kan zuur zijn voor de mantelzorger indien hij of zij, na jarenlang zorg te hebben verleend, na het overlijden ineens wordt opgescheept met deze kosten.

Om duidelijkheid te scheppen inzake voornoemde punten, kan door de notaris bijvoorbeeld een opstalrecht op de grond worden gevestigd. Dit opstalrecht houdt in dat de ouders het recht hebben om een mantelzorgwoning op het erf in eigendom te hebben. Op deze manier blijft de woning in alle gevallen eigendom van de ouders en kunnen alle bijbehorende voorwaarden in een notariële akte worden vastgelegd. Bijvoorbeeld de vraag voor wiens rekening de sloopkosten zullen komen.

Uiteraard dient er ook overlegd te worden of de ouders aan de mantelzorger een vergoeding betalen, zoals huur of een vergoeding voor de verleende zorg. Zijn er nog andere kinderen, dan zal er over nagedacht moeten worden hoe de situatie uitpakt jegens hen. Ook deze regeling kan door de notaris in de akte worden opgenomen.

Tot slot kan de mantelzorgsituatie gevolgen hebben voor te ontvangen overheidsgelden, zoals de AOW-uitkering, zorgtoeslag, huurtoeslag en bijstandsuitkering. Het is van belang om vooraf goed te informeren wat de gevolgen van inwonende ouders zijn voor deze te ontvangen bedragen.

In deze bijdrage is een aantal aspecten genoemd die van belang zijn ingeval van een mantelzorgsituatie. Dit betreft uiteraard geen volledige opsomming.

Mocht u meer informatie wensen omtrent het onderwerp, of advies wensen in uw concrete situatie dan kunt u contact opnemen met de heer mr. A. Dangremond, de heer mr. S. van den Brink, de heer mr. M.X. van den Brink, mevrouw E. de Vries-Schimmel.

Gerelateerde blogs

Wilhelm marketing